Leven na de dood? Schaken gaat nog prima!

In een uitgave van de British Society for Psychical Research wordt het verhaal verteld over een schaakpartij tussen de befaamde schaakgrootmeester Victor Korchnoi en de wat minder bekende Hongaarse Geza Maroczy, die plaatsvond in 1985.

Na de 27e zet liet Korchnoi weten er niet van overtuigd te zijn dat hij de partij zou winnen, want hoewel Maroczy tijdens de openingsfase enige tekenen van zwakheid had laten zien, met een verouderde manier van spelen, bleek dit gecompenseerd te worden door een ijzersterk eindspel. Uiteindelijk wist Kortsjnoi een pion te winnen die hij tijdens een toreneindspel verzilverde.

Interessant? Niet echt, ware het niet dat Geza Maroczy op 29 mei 1951 overleden is, en dus al ruim dertig jaar dood was op het moment dat deze match plaatsvond!

De schaakpartij was opgezet door Wolfgang Eisenbeiss, een amateurschaker met een sterke interesse voor paranormaal begaafde mediums. Eisenbeiss had een goede relatie met het medium Robert Rollans, aan wie hij gevraagd had of het mogelijk zou zijn contact te leggen met een overleden schaakgrootmeester om een partij te spelen tegen een nog levende grootmeester. De gedachte hierachter was dat op deze manier het bestaan van leven na de dood aangetoond zou kunnen worden.
Zo gezegd, zo gedaan, en aldus werd contact gelegd met de overleden Maroczy die in het begin van de twintigste eeuw tot de absolute wereldtop had behoord. Victor Korchnoi bleek bereid deze vreemde uitdaging aan te gaan, waarna de partij gestart kon worden.
De specialiteit van Robert Rollans (het medium) was om zonder tussenkomst van zijn eigen gedachten of bewustzijn “automatisch” op te schrijven wat hij vanuit het hiernamaals doorkreeg. Op deze manier werden ook de zetten van Maroczy doorgegeven, waarvan topschakers van nu hebben aangegeven dat deze inderdaad van grootmeester-niveau waren.
Behalve dat er geschaakt werd werden ook vele persoonlijke details uit het leven van Maroczy aan de onderzoekers doorgegeven, wat de hypothese dat er daadwerkelijk contact was met de overleden schaker nog sterker maakte.

De schrijvers van het artikel in de Journal of the Society for Psychical Research (waaronder Eisenbeiss) beschouwen deze zaak als een zeer sterke aanwijzing voor het voortbestaan na de dood. Hard bewijs is het echter niet, want ondanks dat de experimenten zodanig opgezet waren dat de kans op fraude bijzonder klein was (aldus de onderzoekers) valt fraude niet voor 100% uit te sluiten. Voor wie er persé niet aan wil is het natuurlijk overduidelijk: voor hen blijft geen andere mogelijkheid dan fraude over. Voor eenieder die zich voor dit soort informatie wèl openstelt valt er een hele nieuwe wereld te ontdekken.