Waarom de gevaren van het HPV-vaccin verzwegen worden

In het derde en voorlopig laatste deel over het HPV-vaccin Gardasil proberen we de vraag te beantwoorden hoe het mogelijk is dat zo’n gevaarlijk goedje, waarvan de effectivitief omstreden is, nagenoeg kritiekloos op de markt wordt toegelaten.

Op 2 februari van dit jaar vaardigde gouverneur Rick Perry van de Amerikaanse staat Texas een Executive Order uit die Gardasil-vaccinatie voor alle meisjes tussen 9 en 26 jaar op een nogal dwingende manier aanbeval. De verordening had het weliswaar slechts over een aanbeveling, maar enkele regels verderop werd vermeld dat om onder de vaccinatie uit te komen een officieel formulier ingevuld moest worden met daarop een gedegen motivatie voor de weigering.

Hoewel er, ongeacht wat voor Executive Order dan ook, in Amerika geen wettelijke basis bestaat voor verplichte vaccinaties (integriteit van het lichaam is een grondrecht), was de media er als de kippen bij om ouders voor te liegen dat de Gardasil-injecties wettelijk verplicht zouden zijn. Ongevaccineerde meisjes zouden niet meer welkom zijn op school, en hun ouders zouden gearresteerd en opgesloten worden, zo was het verhaal.

Vreemd genoeg kondigde Gardasil fabrikant Merck zo’n drie weken later aan te stoppen met lobbyen voor gedwongen vaccinaties. En nog weer later, op 9 mei, ging gouverneur Perry accoord met het ongeldig verklaren van zijn Executive Order.

Maar wat zou de reden geweest zijn dat de medicijnfabrikant en de politiek zo plotseling met hun levensreddende missie stopten? Omdat ‘de tijd er nog niet rijp voor was’, zoals de officiĆ«le verklaring luidde? Of was het omdat inmiddels duidelijk was geworden dat er sprake was van belangenverstrengeling, en omdat daarover nogal wat consternatie was ontstaan? Bij veel Texanen zette het kwaad bloed toen ze hoorden dat gouverneur Perry tijdens zijn herverkiezings-campagne 6.000 dollar van Merck had aangenomen, en ook het feit dat Perry’s voormalige stafchef een van de belangrijkste lobbyisten voor Merck is viel bij het publiek niet in goede aarde. En dat is slechts een deel van de banden die men tussen Perry en Merck ontdekt heeft.

Het is zo ongeveer standaard dat beleidsmakers zich door de farmaceuten laten betalen om de weg te effenen voor hogere medicijn-winsten. Een recent artikel in USA Today stelt dat de farmaceutische industrie voor meer dan 100 miljoen dollar per jaar aan lobby-activiteiten uitgeeft, en dat een aanzienlijk deel hiervan rechtstreeks in de zakken van beleidsbepalende senatoren terecht komt.

bigbucksbigpharmam.jpg

De situatie is Nederland vertoont grote gelijkenissen. Het is bekend dat fabrikanten van geneesmiddelen in staat zijn beslissingsprocessen op alle maatschappelijke niveaus te sturen, van medici, apothekers, tot aan politici en ambtenaren. De lobby-pijlen zijn daarbij vooral gericht op het selecte groepje specialisten en huisartsen dat een bepalende rol speelt bij het opstellen van richtlijnen voor de behandeling van patiƫnten.
Trouw-journalist Joop Bouma heeft over de nauwe banden tussen medische beleidsmakers en de farmaceutische industrie het boek ‘Slikken. Hoe ziek is de farmaceutische industrie?‘ geschreven.

Voor wat betreft Gardasil: de overheid heeft de Gezondheidsraad gevraagd advies uit te brengen over opname van het vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma. De Gezondheidsraad, dat is diezelfde club die geen enkel gezondheidsrisico zegt te zien in de straling van UMTS-masten ondanks de zeer overvloedige aanwijzingen voor het tegendeel. En vooral ook dezelfde club die in 2004 in opspraak kwam vanwege vermeende verstrengeling van belangen en het manipuleren van cijfers. De kamervragen die Groen Links daar toen over gesteld heeft, zijn door minister Hoogervorst op weinig verhelderende wijze beantwoord.

Al met al is er weinig fantasie voor nodig om te voorspellen hoe het advies van de Gezondheidsraad inzake het HPV vaccin zal gaan luiden.