Recente anti-terreurmaatregelen in Nederland

Het eJure-internetportal heeft een overzicht gepubliceerd van anti-terreurmaatregelen die de Nederlandse overheid vanaf 2004 t/m de eerste helft van 2007 heeft doorgevoerd. De maatregelen blijken zeer effectief, want zeg nou zelf, de afgelopen jaren valt het aantal terroristische aanslagen in Nederland best wel mee, toch?
Omdat dit belangrijke informatie betreft heb ik het overzicht integraal overgenomen:

De te beschouwen anti-terreurmaatregelen zijn:

De Wet terroristische misdrijven [Inwerkingtreding: dd 10-8-2004]
De Wet afgeschermde getuigen [Inwerkingtreding dd 1-11-2006]
Wet ter Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven [in werking getreden dd 1-2-2007]

Maatregelen tegen personen, die niet van een strafbaar feit worden verdacht:

Maatregel persoonsgericht verstoren
Wet Bestuurlijke Maatregelen en Nationale Veiligheid [aangenomen dd 20-3-2007]

1 Wet terroristische misdrijven

Met deze op het Europees Kaderbesluit dd 2002 gebaseerde wetgeving werd, zoals reeds vermeld, niet alleen een definitie van het begrip ”terrorisme” vastgelegd, maar eveneens een aantal reeds strafbare misdrijven, waaraan het verzwarende element ”van terroristische aard” werd toegevoegd, voorzien van een hogere strafmaat.

Hier een overzicht van de belangrijkste elementen van deze nieuwe wetgeving:

a Definitiestelling ”terroristisch doel”
b Kwalificatie reeds bestaande misdrijven [onder meer moord, ontvoering en brandstichting] als ”strafbare feiten van terroristische aard”, wanneer er sprake is van een ”terroristisch doel”
c Verzwaring strafmaat van ”terroristische” misdrijven
d Strafbaarstelling recrutering voor de ”Jihad”
e Strafbaarstelling samenspanning

a Definitiestelling ”terroristisch doel”

Voor de definitie van ”terroristisch oogmerk” verwijs ik naar onderdeel C
Het gevaar van het zeer ruime begrippenlader is reeds de revu gepasseerd

b Kwalificatie van misdrijven, als ”strafbare feiten van terroristische aard”

Zoals reeds vermeld, betreft het hier reeds strafbare misdrijven zoals o.a. moord, ontrvoering en brandstichting

c Verzwaring strafmaat van ”terroristische” misdrijven

Wanneer er sprake is van een ”terroristisch misdrijf” is er een verhoging van de strafmaat met de helft. Bij een straf met een maximumstraf van vijftien jaar [zoals doodslag], wordt de straf verhoogd tot twintig jaar of maximaal levenslang. Behalve de rechtsongelijkheid in strafmaat, met misdrijven van niet-terroristische aard is met deze strafverzwaring, eveneens verbonden het hierboven aan de orde gestelde gevaar van een impliciete ”uitzonderingswetgeving”.

d Selectief-politieke keuzes:
Strafbaarstelling recrutering voor de ”Jihad”

Deze strafbaarstelling gebeurt door de uitbreiding van een reeds bestaand wetsartikel, namelijk het ”aanwerven voor de vreemde krijgsdienst”. Uitgebreid luidt het artikel ”werven voor de vreemde krijgsdienst of de gewapende strijd”, waarbij in de toelichting op het wetsvoorstel werd duidelijk gemaakt, dat met ”werven voor de gewapende strijd”, rekrutering ten behoeve van de ”Jihad” werd bedoeld.

Opvallend is het feit, dat slechts de rekruteur strafbaar is, niet de gerekruteerde. Een ander opmerkelijk feit is de in vergelijking met de terroristische misdrijven, lichte strafmaat [maximale straf, 4 jaar gevangenisstraf], hetgeen doet vermoeden, dat dit verschijnsel door de wetgever niet als een ernstig maatschappelijk probleem wordt beschouwd.
Het gevaar van deze strafbaarstelling is evident.
In de regeringstoelichting wordt gesteld, dat onder ”werven voor de gewapende strijd”, dient te worden verstaan, ”rekrutering voor de Jihad” gaat, hetgeen een selectief-politieke keuze is, die niet beantwoordt aan de wettelijke eis van juridische objectiviteit.

e Van grootspraak tot ”terroristisch misdrijf”
Strafbaarstelling samenspanning bij terroristische misdrijven

Samenspanning behelst het voornemen van twee of meer personen, een misdrijf te plegen, zonder dat er evenwel enige verdere stap is gezet in die richting. Aangezien de strafwetgeving slechts die handelingen strafbaar stelt, waarbij sprake is van een ”begin van een uitvoering”, is samenspanning altijd slechts strafbaar geweest in uitzonderlijke gevallen, waarbij het voortbestaan van de Nederlandse Staat in het geding was. [13]
Gezien echter de ruime definitie van het begrip ”terroristisch oogmerk” zal dat bij de meeste terroristische misdrijven niet het geval zijn, waardoor er sprake is van een bedenkelijke verruiming van dit wetsartikel.

Zo kan het mogelijk zijn, dat twee mensen, die grote onvrede hebben over de bezuinigingen van de Nederlandse Overheid, het voornemen te kennen geven, het Ministerie van Financien te bezetten, zonder dat er verdere concrete stappen gezet zijn, noch er sprake is van voorbereidingshandelingen. In de huidige anti-terreurwetgeving kan dit reeds als ”terroristisch misdrijf” [de ontwrichting van Overheidsstructuren] worden uitgelegd en is deze ”samenspanning”, die nog in geen enkel uitvoeringsstadium verkeert, strafbaar.

Een ander gevaar van deze ”samenspannings”wetgeving, is het feit, dat er geen rekening mee gehouden wordt, dat een dergelijk voornemen wellicht niet in ernst is bedoeld, grootspraak geweest is of dat men er mogelijk op terug kan komen.
Hoe verruimend de politiek kennelijk over dit wetsartikel denkt is het feit, dat de toenmalige verantwoordelijke minister van Justitie, de heer Donner, opmerkte, dat een tussen twee personen gemaakte afspraak reeds zou kunnen blijken uit een ”hand of een hoofdgebaar” [14 ]

2 Veroordeling op grond van geheim bewijsmateriaal
Wet Afgeschermde Getuigen

Een andere, uitbreiding van het Strafrecht is de dd 1-11-2006 inwerking getreden ”Wet Afgeschermde Getuigen”.

Hoewel het volgens de wetgeving mogelijk is, afgeschermde getuigen te horen, moeten in een dergelijk geval voldoende compensaties aan de verdediging gegeven worden, om het recht op een eerlijk proces, te blijven garanderen. [15]
Bij de Wet Afgeschermde Getuigen is daarvan echter geen sprake.

Kort samengevat komt deze wet erop neer, dat ambtsberichten van de Nederlandse Inlichtingendienst [AIVD of MIVD, de militaire tak] als bewijs in een proces, kunnen worden toegelaten, zonder dat de verdediging te weten komt, van wie de informatie afkomstig is en wat de informatie precies inhoudt. [16]
Duidelijk is, dat hier sprake is van een ernstige schending van de rechten van een verdachte, op een eerlijk proces, aangezien niet alleen iedere verdachte het recht heeft, getuigen a charge te horen [17], maar er bovenal geen adequate verdediging kan worden gevoerd wanneer het bewijsmateriaal niet bekend is.

Om een en ander een schijn van mensenrechtenhandhaving te verlenen, heeft de wetgever bepaald, dat de rechter de AIVD-informatie wel op betrouwbaarheid mag toetsen
Reeds in een eerder artikel echter heeft schrijfster dezes de oncontroleerbaarheid van AIVD informatie door politieke en justitiele organisaties bekritiseerd, waardoor controle door de rechter maar in beperkte mate kan plaatsvinden. [18]
Bovendien is er, ook bij controle door de rechter, sprake van een ernstige inperking van de rechten van de verdachte, aangezien eventueel belastend bewijsmateriaal op deze wijze niet kan worden ontkracht door de verdediging.
Door de aanname van deze wet is het heden ten dage in Nederland mogelijk, verdachten te veroordelen op grond van geheim bewijsmateriaal.

Uitspraken Politiek:

Zorgwekkend is bovendien het gemak, waarmee de politiek omspringt met de ontkrachting van de fundamentele rechten van de verdachte. Zo verklaarde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, de heer Remkes, in een interview met het Parool dd 9-4-2004, het volgende: ”Als het gaat om mensen, die zich bezighouden met de voorbereiding van dat soort acties, ben ik daar minder coulant mee”. [19]

Tekenend voor de politieke teneur is niet alleen het feit, dat het recht op een eerlijk proces geen kwestie is van ”coulance” tav verdachten, maar een onvervreemdbaar recht.
Bovendien gaat de minister met een dergelijke uitspraak reeds automatisch uit van de schuld van de verdachten, hetgeen een ernstige schending is van het rechtsprincipe, dat iedereen onschuldig is, tot schuld bewezen.

Bekentenissen onder foltering:

Tenslotte is het gebruik van dit AIVD materiaal gevaarlijk, aangezien de AIVD bij de totstandkoming van haar ambtsberichten, veelvuldig samenwerkt met buitenlandse inlichtingendiensten. Met name in terreurzaken, waarbij mogelijkerwijs inlichtingendiensten uit landen als Marokko, Saoedi-Arabie en Algerije betrokken zijn, is het risico groot, dat eventuele ”bekentenissen” via marteling zijn verkregen en dus illegaal.

Het zal dan ook geen verwondering wekken, dat de aanname van deze wetgeving tot grote maatschappelijke kritiek heeft geleid, met name van de kant van mensenrechtenorganisaties en rechtsgeleerden. [20]

3 ”Schuldig tot onschuld bewezen”
Maatregelen tegen onverdachte personen

a Persoonsgericht verstoren
b Wet Bestuurlijke Maatregelen Nationale Veiligheid

Voorafgaande aan de laatste en wellicht meest draconische anti-terreurmaatregel, tot nu toe, passeren hier twee maatregelen de revu, die worden genomen tav mensen, die niet van strafbare feiten worden verdacht of beschuldigd.
Hiermee hebben deze maatregelen de kwalijke reuk van een preventieve en dus illegale strafmaatregel

a Persoonsgericht verstoren [bestuurlijke maatregel] of politiestalking

Het persoonsgericht verstoren is een maatregel die door de burgemeester van een gemeente kan worden opgelegd aan personen die niet worden verdacht van een strafbaar feit, maar volgens de Overheid ”op enigerlei wijze in verband met terrorisme kunnen worden gebracht”
Eenvoudiger gezegd, wordt er gerefereerd aan mensen, die zijn ”geradicaliseerd”, of dreigen te ”radicaliseren”.
Wanneer men dan bedenkt, dat ”radicalisering” al neerkomt op het hebben van contact met potentiele terreurverdachten, hetzij het overgaan van ”gematigd” islamitisch naar de ”orthodoxe Islam”, behoeft aan deze inkadering door de Overheid niets meer te worden toegevoegd.

Evident is, dat zowel het recht op het aangaan van contacten en vriendschapsbanden met ieder mens, als het recht op religieuze vrijheid, wordt geschonden.

De betreffende ”verstorings”maatregelen kunnen bestaan uit o.a. de volgende door de politie te verrichten handelingen:

het ongevraagd afleggen van (huis)bezoeken aan de betrokkene en/of diens buren, familie, werk of school
Het voortdurend patrouilleren langs het huis van betrokkene en naar binnen gluren
Het hinderlijk aanspreken van betrokkene
Het aanspreken van bezoekers van betrokkene en het controleren van hun identiteitskaarten
het verspreiden van meld-misdaad-anoniemkaartjes in de directe woonomgeving van betrokkene

Bovendien komt de burgemeester tot het opleggen van een dergelijke maatregel op basis van informatie van AIVD-informatie, die noch door hemzelf te controleren is, noch door betrokkene kan worden betwist.

Tot nu toe is deze maatregel aan 15 personen opgelegd.

Het meest bekende geval is dat van een tot de Islam bekeerde Nederlandse vrouw, die ”verstoord” werd, met als opgegeven reden[en], dat zij ”een lang gewaad” droeg, ”mannen geen hand wilde geven”, ”een strengere moskee dan voorheen” bezocht en ”contact had met iemand, die een bekende was van een lid van de echte of vermeende ”Hofstadgroep”.

De ten koste van haar genomen maatregelen namen dusdanige vormen aan, dat de rechtbank Amsterdam op 1-12-2005 de Gemeente Amsterdam verbood, de verstoringsmaatregelen nog langer voort te zetten. [21]

Het zal tenslotte geen verwondering wekken, dat deze maatregelen zowel van de kant van het Nederlands Juristen Comite voor de Mensenrechten, als van diverse rechtsgeleerden, ernstig zijn bekritiseerd, o.a. op grond van de ernstige schending van artikel 8, EVRM [het privacyrecht]. [22]

b Wet Bestuurlijke Maatregelen Nationale Veiligheid

Ook bij de dd 20-3-2007 aangenomen Wet Bestuurlijke Maatregelen Nationale Veiligheid betreft het mensen, die niet worden verdacht van enig strafbaar feit, maar toch maatregelen krijgen opgelegd, die nog verder gaan dan het genoemde ”verstoren”.
Was er daarbij sprake van een verregaande vorm van politiestalking, bij deze wet worden daadwerkelijke strafmaatregelen opgelegd, aan, let wel, ”mensen, die door hun ”gedragingen” ‘in verband gebracht kunnen worden met terroristische activiteiten of de ondersteuning ervan”.

Ook hier is er sprake van een zeer vage formulering, en wordt overigens door de Overheid zelf toegegeven, dat het niet om concrete verdachtmakingen gaat.

Evenals bij de verstoringsmaatregelen speelt het hebben van contacten met echte of vermeende terreurverdachten, hetzij met kennisssen van hen, een belangrijke rol, alsmede echte of vermeende ”radicalisering” van betrokkene. De vaagheid van die terminologie is reeds aan de orde gesteld.

De te nemen maatregelen kunnen neerkomen op een verbod, zich te bevinden in ”risicogebieden” als het vliegveld Schiphol, alsmede een verbod, zich in de buurt van bepaalde personen, op te houden. Verder kan er sprake zijn van een wekelijkse ”meldingsplicht” bij een aan te wijzen politiebureau..

Niet voldoende kan benadrukt worden, dat bovenstaande aan onverdachte personen opgelegde maatregelen een ernstige schending zijn op het vrije bewegingsrecht en het recht op privacy. [23]

4 Op weg naar administratieve detentie?
Wet Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven [in werking getreden dd 1-2-2007].

Zoals bekend is de definitie van ”administratieve detentie”, het zonder vorm van proces detineren van verdachten. Bekend is ook, dat deze detentie in feite onbeperkt kan zijn, getuige de vele in IsraĆ«lische gevangenissen aanwezige Palestijnen, van wie sommigen, zonder tussenkomst van de rechter, reeds langer dan 10 jaar zijn gedetineerd. Een ander voorbeeld is de detentie, zonder vorm van proces, van de ruim 330 overgebleven Guantanamo Bay-gevangenen. Ook in China komen vormen van administratieve detentie voor.

Hoewel een dergelijke wetgeving in Nederland gelukkig nog niet van kracht is, baart de in deze wet opgenomen langdurige verlenging van de voorlopige hechtenis, grote zorgen.

Er zijn echter meer verruimingen van het Strafrecht, in het nadeel van de verdachte.

Zo is voor de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden, bij terrorisme, niet langer ”een redelijk vermoeden van een strafbaar feit” nodig. Aanwijzingen zijn voldoende. [24]
Niet alleen wordt in het geheel niet duidelijk, wat onder ”aanwijzingen” dient te worden verstaan, door het wegvallen van ”redelijk vermoeden van schuld” kunnen mensen op vage en niet nader definieerbare criteria worden aangehouden, met als groot risico, machtswillekeur.

Een andere maatregel, die het recht op een eerlijk proces ernstig kan ondergraven is het feit, dat processtukken aan terreurverdachten, voor lange tijd kunnen worden onthouden, waardoor de voorbereidingstijd voor een adequate verdediging in het gedrang kan houden. Hieruit vloeit weer voort de langere duur van de voorlopige hechtenis gangbaar is namelijk, dat er na 90 dagen voorlopige inhechtenisneming, hetzij een inhoudelijke behandeling van de rechtszaak, hetzij een pro forma-zitting dient plaats te vinden.

Gezien echter de langere onthouding van de processtukken aan de verdachte, heeft de wetgever dit ”opgelost”, door de voorlopige hechtenis, na 90 dagen, met maximaal twee jaar te verlengen. [25]

Bij deze tegen de internationale rechtsregels ingaande constructie worden er dus twee belangrijke rechten geschonden: het recht, ”te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten, die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging” [26] en het recht, zonder onredelijke vertraging, te worden berecht. [27]

Bovendien is verder gevaar van het verlengen van een eventuele voorlopige inhechtenisperiode, bij toekomstige anti-terreurwetgevingen, niet denkbeeldig.

5 Uitzetting van terreurverdachten naar landen, met een gerede kans op foltering

Een met bovenstaande maatregelen samenhangend aspect is de uitzetting van terreurverdachten cq veroordeelden naar landen en gebieden met gerede kans op foltering, hetgeen niet alleen inhumaan is, maar eveneens internationaalrechtelijk verboden [28]
Hiervan is in Nederland, evenals in andere Europese landen, alsmede de VS, reeds in een aantal gevallen, sprake geweest.

Zo werd in januari 2006 de toen nog Hofstadverdachte, de heer Zine L.A., na een ongewenstverklaring, naar Marokko teruggestuurd. [29] Van Marokko is bekend de slechte mensenrechtensituatie in het algemeen en de inhumane behandeling cq foltering van mensen met een terreurstempel in het bijzonder.
Behalve de heer Zine L.A. heeft ex-minister Verdonk vanaf de periode 2004 tot eind 2005, 30 echte of vermeende terreurverdachten ongewenst verklaard, van wie 16 daadwerkelijk zijn uitgezet. [30]

Gezien de populatie van de uitgezette ongewensten [Algerijnen, Marokkanen, Aziaten, andere Afrikanen], kan worden aangenomen, dat er zeker sprake is geweest van een aantal uitzettingen naar landen met een folterrisico.

Een zeer zorgwekkende ontwikkeling, die in de toekomst nog zal toenemen, gezien de in de politieke kast liggende plannen, Nederlanders van allochtone komaf met een echt of vermeend terreurstempel, hun nationaliteit te ontnemen om hen alsnog te kunnen
[vrijheids.net: het plotselinge einde is afkomstig uit oorspronkelijk tekst]