Genetisch gemanipuleerde voedingsgewassen en de vrije markt

In de EU is de laatste dagen gediscussieerd over de vraag of lidstaten de bevoegdheid hebben om de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen in eigen land tegen te houden. Volgens Europese wetgeving is dat nu niet zo, wat voor Minister Jaqueline Cramer reden was om voor te stellen de Europese wetgeving zodanig aan te passen dat elke lidstaat zijn eigen plan kan trekken. Maar, zo lezen we in de Volkskrant, als het om de import van genetisch gemodificeerde producten gaat mogen de EU-landen zich volgens de minister niet beroepen op maatschappelijke bezwaren. Want ‘dan gaat het om de vrije handel.’
Met andere woorden, omwille van de vrije handel is het -als het aan de minister ligt- EU-landen niet toegestaan een eigen beleid te ontwikkelen m.b.t. de import van gentech gewassen. Terwijl je geen complotter hoeft te zijn om te beamen dat de veiligheid van genetisch gemodificeerde producten op zijn zachtst gezegd omstreden is.

Onderzoeksjournalist William F. Engdahl heeft over de manier waarop gentech giganten als Monsanto hun producten op de markt proberen te krijgen een onthullend en zeer schokkend boek getiteld Seeds of Destruction geschreven. Genetisch gemodificeerde gewassen zijn extreem ongezond, onvriendelijk voor het milieu en hebben al menige boer tot wanhoop gebracht doordat de gentech-beloftes steevast niet waar gemaakt worden. Wie de informatie in het boek bestudeerd kan niet anders dan tot de conclusie komen dat de werkelijke agenda achter de gentech revolutie inktzwart is, en veel verder gaat dan normale bedrijfsbelangen of geld. Het grootste wapen dat de gentech-industrie, samen met illustere clubs zoals de World Trade Organization, in stelling heeft gebracht teneinde regeringen en boeren wereldwijd te dwingen over te stappen op het gebruik van hun destructieve zaden heet vrije handel.

Dus als ik een minister hoor zeggen dat een land omwille van vrije handel niet zelf mag beslissen over de import van genetisch gemodificeerde producten, dan vraag ik me af voor wie ze spreekt.